Pijn
Annemarie
28 oktober 2019

Pijn

“Alsof er een wasknijper op drukt.” “Alsof er een elastiek omheen knelt.” Bij de specialist wijs ik naar de pijnlijke plek en probeer ik zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven wat ik voel. De klachten duren al veel te lang en maken me gek. Ik kan weinig doen, behalve mijn buikpijn onder woorden brengen. Het lijkt haast een wedstrijd: als ik de vergelijkingen maar treffend genoeg kies, kom ik vanzelf als winnaar uit de bus. Maar vooralsnog is deze methode weinig succesvol gebleken. Nog altijd geen diagnose.

In de verschillende wachtkamers moet ik telkens aan Job denken. Wat nou als híj onverklaarbare klachten heeft? Hij is niet op de hoogte van zijn eigen anatomie. Waarschijnlijk heeft mijn zoon zich nog nooit afgevraagd wat er allemaal in zijn buik zit, behalve eten. Vroeger, als hij pijn had en we vroegen waar het zat, wees hij standaard naar zijn voeten. “Pijn in de tenen.” Misschien was het wel zo, we hebben er nooit een tenendokter bij gehaald. Maar als we de oorontsteking aan de andere kant van het lichaam konden ruiken (een zoetige lucht), gingen we toch maar op onze eigen intuïtie af.

Onnodige pijn
Tegenwoordig kan Job iets specifieker wijzen. Pijn zit in benen, buik of hoofd. Maar daarmee is dan ook alles gezegd. In de krant las ik dat jaarlijks vijfhonderd mensen met een verstandelijke beperking overlijden aan iets waarvan ze hadden kunnen genezen. Oorzaak: ze zijn niet bij machte het goed te vertellen. En ouders kunnen niet alles ruiken. Ik werd er zo verdrietig van. Want dat betekent dat nog veel meer gehandicapte mensen rondlopen met onnodige pijn. Alleen maar omdat ze de woorden missen. Een gehandicaptenarts gaf in het nieuwsbericht een voorbeeld: zijn patiënt liep plotseling mank. Wat kon er toch zijn? De boosdoener bleek een steentje in zijn schoen.

 

Er zijn geen reacties op dit bericht.

Laat een reactie achter

Alle velden zijn verplicht; het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Archief