Ik ben 45 en ik heb prikangst
‘Je weet toch dat het zo voorbij is? Binnen 5 minuten sta je weer buiten!’ ‘Het is maar een klein prikje. Even doorbijten. Die angst is nergens voor nodig.’ Allemaal dingen die ik vaker heb gehoord. Ik ben 45 jaar en ik heb prikangst en vandaag stond er een bloedafname in m’n agenda…
Een volwassene die bang is voor naalden, bloedafnames of een andere medische handeling / ingreep. Er wordt vaak een beetje lacherig over gedaan. Ik ben zelfs een keer belachelijk gemaakt door een zorgverlener ten overstaan van haar collega’s, toen ik mijn prikangst opbiechtte. Wat voelde ik me verraden en toen moest ze me de vaccinatie nog geven…
Geen dagelijkse kost
Nog regelmatig hoor ik om me heen dat er een wenkbrauw wordt opgetrokken als er gevraagd wordt om zoiets als Emla® (een verdovende zalf voor de huid), andere pijnstillende middelen, een roesje of een kalmerend tabletje. Als volwassen persoon mag je kennelijk niet bang of gestrest zijn voor een medische handeling. Ik vind dat eigenlijk best vreemd.
Ik bedoel, voor het merendeel van de mensen is een medische handeling ondergaan toch echt nog steeds geen dagelijkse kost. Daarbij komt ook nog eens dat er vroeger, nog niet eens zo heel lang geleden eigenlijk, helemaal niet stil werd gestaan bij hoe een medische handeling verliep en wat dit met de patiënt deed. Ik ben er dan ook van overtuigd dat er veel meer volwassenen zijn met angst voor medische handelingen, zoals ik.
Binnen de kindzorg komt er gelukkig al steeds meer aandacht voor procedureel comfort. Hierbij draait het erom dat een medische handeling (ook wel ‘procedure’ genoemd) zo comfortabel en prettig mogelijk verloopt voor het kind in kwestie. In de praktijk doe je dat door dwang, pijn, angst en stress te voorkomen zodat de handeling geen nare of mogelijk traumatische ervaring wordt. Het bieden van procedureel comfort wint steeds meer terrein in de medische wereld. Het zou mooi zijn als de volwassenzorg hier ook nog meer op aanhaakt en dat procedurele comfortzorg gemeengoed wordt.
Angst uit mijn jeugd
Mijn prikangst komt uit mijn jeugd. Ik heb als kind vaak een bloedafname moeten doen en in de jaren ’80 ging dat niet altijd even soepel of zachtzinnig – diplomatiek uitgedrukt. Met als resultaat dat, als ik alleen al denk aan het omdoen van de stuwband, ik een soort error in mijn hoofd krijg. Mijn ervaringen van toen hebben anno nu nog steeds effect. Het is niet dat ik zorg mijd, maar ik ga het liever wel zo lang mogelijk uit de weg, tot het echt moet.
Een week geleden maakte ik de afspraak voor de bloedafname bij de huisarts. Sinds dat moment spookte het al door mijn hoofd. Ik droomde er soms zelfs over. De afgelopen dagen was ik niet echt in m’n hum en gisteren gierden de zenuwen door mijn lijf. Toen ik naar bed ging, ging mijn hart als een bezetene tekeer. Ik had ijskoude handen en een gloeiend hoofd. Vanochtend kreeg ik geen hap door mijn keel en ik had klamme handen. Is het al morgen?!
Je kan het!
Ik probeerde mezelf gerust te stellen met de laatste keren dat ik een bloedafname of vaccinatie had moeten ondergaan en hoe goed dat eigenlijk was gegaan – met het gebruik van Emla®. ‘Je weet dat je het kan’, zei ik tegen mezelf.
De doktersassistente was erg aardig. Zij vond het gebruik van verdovende zalf heel normaal, gelukkig. Ze vroeg of ik elke stap wilde weten. Ik gaf aan dat ze gewoon ‘haar ding kon doen’ en niks hoefde te zeggen. ‘Zeg het a.j.b. wel als het klaar is’, zei ik. Ik voelde de stuwband omgaan en daar gingen we. We kletsten over de reünieconcerten van de originele K3 en voor ik het wist was het klaar. Het was eigenlijk heel goed gegaan! Maar toen kwam de ontlading…
Opgebouwde spanning
Alle spanning die ik, bewust en onbewust, had opgebouwd kwam eruit. Ik begon enorm te trillen en voelde me heel naar worden. Ik werd helemaal wit, zei de doktersassistente. Gauw mijn hoofd tussen m’n knieën. Koud zweet gutste over mijn hele lijf. Ik had het gevoel dat mijn lampje ieder moment ineens uit kon gaan. Een intens naar gevoel. Zo heb ik denk ik 10 minuten gezeten. Het wilde maar niet echt zakken.
Tot de doktersassistente zei: ‘Ik ga misschien even iets geks doen, maar ik ga mijn hand op jouw achterhoofd leggen en duwen. Jij moet dan tegendruk geven.’ Zo gezegd zo gedaan en toen, langzaamaan, zakte het nare gevoel eindelijk en trok mijn kleur weer een beetje bij. Ze haalde een glaasje limonade voor me en zei ze de hele tijd: ‘We hebben alle tijd, doe maar rustig aan.’ Haar begeleiding was heel fijn. Ook was ik blij dat ik Tycho had gevraagd of hij wilde rijden. Dat was maar goed ook, want ook al ging het beter, ik was niet in staat om auto te rijden.
Wat angst met je doet
De rest van de dag voelde ik me wiebelig. Ik was he-le-maal leeg. Opperdepop!
Ik was vergeten hoe beklemmend angst kan zijn. Hoe irrationeel het kan zijn. Hoe het je kan verlammen en je in zijn greep kan houden. En hoe het toch nog een vervelende staart kan hebben als je denkt dat je het ergste achter de rug hebt. Het leek wel of mijn angst wist van een geheime schakelaar ergens in mijn hoofd. Deze heeft ‘ie uitgezet en daarmee nam hij de controle over. Ik kon nog net wat woorden uitbrengen, maar verder leken alle functionaliteiten uitgevallen.
Bizar wat angst met je kan doen! En weet je wat dan ook nog extra bizar is? Dan wil je ook nog sorry zeggen tegen de doktersassistente… Waarom?!
Mijn ervaring van vandaag laat maar weer eens zien wat nare medische ervaringen in je jeugd – hoe ‘klein’ ook – met je kunnen doen op latere leeftijd. Dit is 1 van de redenen dat ik me hard maak voor procedureel comfort. Kinderen die zorg nodig hebben (of dat nu eenmalig is, of niet) worden uiteindelijk volwassenen die zorg nodig hebben. Dit besef komt er gelukkig steeds meer. Men ziet steeds meer het belang en positieve (lange termijn) effect van het toepassen van procedureel comfort. Was dat er in de jaren ’80 maar geweest…
Afbeelding: Antonio_Diaz, iStock
🩷 wat naar Vera! Ik ben trots op je hoe je je hiervoor in blijft zetten!
Een herkenbaar verhaal.
Ik heb dezelfde reactie bij de tandarts als kind hadden we een “beul” je werd geslagen als je niet stil genoeg zat in zijn ogen.
Gelukkig wordt daar nu beter mee omgegaan
Wieke
