Briefje
Annemarie
28 november 2022

Briefje

‘Lieve mevrouw Haverkamp, ik wil u niet lastigvallen…’ Zo begint het briefje dat me wordt overhandigd bij de kassa van de sauna.

Klein papiertje, niet groter dan een kassabon, vol geschreven met woorden. Iemand heeft het voor me achterlaten met het verzoek aan de baliedame het bij mijn vertrek aan mij te geven.
Nieuwsgierig lees ik verder. Het is van een onbekende vrouw die schrijft mijn columns graag te lezen en die zelf met verstandelijk gehandicapten werkt. ‘Ik wil u alle sterkte van de wereld toewensen met uw verlies’, sluit ze af. En dan ‘XXX’.
Ik houd het briefje stevig vast als ik naar mijn auto loop. Zo lief, zo attent. Het zijn deze kleine, haast onzichtbare gebaren die ertoe doen in de context van die akelige, alomvattende dood. Momentjes van verdrietig geluk.

Troost
Een week later loop ik de kledingwinkel in mijn wijk binnen waar ik zo vaak met Job in zijn rolstoel even kwam snuffelen. Het was een uitje. Als ik de wintertruien bekijk, voel ik een hand op mijn arm. De eigenares die net nog een klant aan het helpen was bij de paskamers, staat naast me. “Ik mis hem ook”, zegt ze. Meer niet. Ze gaat verder met waar ze mee bezig was.
Op de dag waarop Job precies een jaar geleden zomaar stopte met leven, lopen we in de avondschemering naar de begraafplaats. In de oude eik waaronder we zijn as verstrooiden, zie ik opeens lampjes hangen. Rode, flikkerende hartjes die ons uitnodigen dichterbij te komen. Voorzichtig spelen ze met de wind, het heeft iets magisch.
Wie heeft die lampjes hier opgehangen? Iemand die heel veel van Job hield, dat is zeker. Het maakt ook niet uit, het gaat om het effect van dit soort subtiele gebaren. Kleine prikjes troost zijn het, die enorm veel warmte afgeven.

162 x gelezen
Er zijn geen reacties op dit bericht.

Laat een reactie achter

Alle velden zijn verplicht; het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.