Nooit meer normaal
Vera
5 januari 2017

Nooit meer normaal

Als ik ‘s avonds naar boven loop om Bommel te troosten, loop ik langs Fiene’s kamer. Ik hoor gesnik. Twee huilende meisjes. Ik roep Tycho. Hij gaat naar Bommel en ik naar Fiene. Ze zit huilend in bed. Als ik haar vraag wat er is, zegt ze: “Mijn zusje is anders en wordt nooit meer normaal.”…

Dit keer geen (v)luchtig gesprekje overdag, maar dikke tranen ‘s avonds in bed. Dat is voor het eerst. En ook dat “nooit meer”, dat was er voorheen niet bij Fiene. Een stukje indalend besef, wellicht. Terwijl Fiene bij mij op schoot zit en ik haar troost, vertelt ze me over de periode dat Bommel in het ziekenhuis lag en dat ze dat niet leuk vond voor haar zusje. “Maar toen ik in het ziekenhuis lag, hè mama, toen werd ik weer helemaal beter, toch? Maar Bommel niet. Bommel wordt niet meer normaal.”. Fiene heeft toen zij 6 maanden oud was, 1 week in het ziekenhuis gelegen met het RS-virus. Onze spannendste ‘ouder-ervaring’ tot dan toe. Dit is echter een lastig concept. Want, hoe leg ik aan een 7-jarige het precieze verschil uit tussen ‘beter worden’ en ‘normaal worden’?

Dilemma
Ik doe een poging: “Ja, jij werd weer beter. Maar, toen Bommel laatst griep had, werd ook zij weer helemaal beter. Bommel is niet ziek, maar ze kan helaas niet alle dingen die kindjes van 4 normaal gesproken wél kunnen.”. Dit lijkt voldoende uitleg, want Fiene vult aan: “Ja, zoals lopen en praten en zo.”. Fiene zit hevig snikkend bij mij op schoot als ze vervolgens vertelt wat haar zusje allemaal niet kan en dat ze dit niet leuk vindt. Dit stelt me weer voor een dilemma. Hoe troost ik haar, zonder zalvende woorden over een ‘totale oplossing’? Ik kan namelijk niet zeggen dat Bommel al deze dingen over een paar jaar wel kan. Dat weten we immers niet. Dus zeg ik haar dat ze verdrietig mag zijn en dat ze het jammer mag vinden. “Papa en ik vinden het ook erg jammer en zijn hier ook verdrietig om. Maar Bommel kan gelukkig ook veel dingen wel. Ze is vrolijk, lief, ze wordt altijd blij als ze jou ziet en ze kan eten, drinken, zelf zitten én heel goed knuffelen.”

Een zus =  het belangrijkste
Fiene lijkt iets te kalmeren. Ik vraag haar: “Denk je soms wel eens: had ik maar een normaal zusje van 4? Want dat snap ik namelijk best, als je dat zou denken.” Fiene: “Ja, soms. Maar dan wel één met hetzelfde gezicht als Bommel.”. Ik voel tranen opwellen en slik deze zo goed mogelijk weg. Precies dezelfde Bommel, maar dan normaal… Ik snap het en vind het aandoenlijk. Minus de mankementen, wil ze (gelukkig) graag haar eigen zusje houden. En terwijl ik nog eens op mijn lip bijt, besluit Fiene ons onderonsje met: “Maar dat ik een zusje heb, dat vind ik het belangrijkste.”

Houvast
Daarna zitten we nog even met z’n vieren beneden. Fiene zit met Bommel op schoot in de stoel. Ze knuffelt haar zusje, houdt haar vast en geeft haar hele dikke pakkerds op haar wang. Bommel laat het allemaal toe en kijkt af en toe achterom naar haar grote zus. En dan lacht ze naar haar. Zo, samen zittend, voelen ze zich allebei zichtbaar beter. Tycho en ik kijken ernaar. Niemand zegt iets. Zo zitten we te zitten, terwijl Fiene en Bommel knuffelen. En ik denk: meer heb je in momenten van verdriet soms ook niet nodig. In stilte samenzijn en elkaar vasthouden. Heel stevig.

 

168 x gelezen
Er zijn geen reacties op dit bericht.

Laat een reactie achter

Alle velden zijn verplicht; het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.