Ongemakkelijke gesprekken
Gastblog
26 december 2020

Ongemakkelijke gesprekken

Ken je dat? Dat je soms van die hele ongemakkelijke gesprekken hebt? Meestal komt dit doordat iemand een vraag stelt met een bepaalde verwachting. Het antwoord op die vraag kan echter heel verrassend zijn. Zo wordt mij regelmatig gevraagd: Heb jij kinderen? Of nog erger: Hoeveel kinderen heb je? Mijn antwoord zien ze vaak niet aankomen…

Tekst: Klaas, de vader van Sara 

Laat ik voorop stellen dat ik deze vragen heel normaal vind. Veel mensen bereiken in hun leven een punt waarbij de natuurlijke kinderwens ter sprake komt. Helaas komt deze wens niet bij iedereen tot vervulling. Sommigen kunnen geen kinderen krijgen. Hier wordt vaak niet over gesproken. Anderen hebben het verdriet van een vroeggeboorte en/of overlijden van een kind mee moeten maken. Dan besef je pas echt dat kinderen krijgen niet vanzelfsprekend is.

Heb jij kinderen?
Je moet weten dat ik vrij assertief ben en niet om de hete brei heen draai. Ik heb er een hekel aan om deze – voor mij – ongemakkelijke vraag te ontlopen. Het zou geen moment in mij opkomen om Guus en Jasmijn niet te noemen. Ze zijn misschien veel te vroeg geboren en hebben nog geen dag geleefd, het zijn wel twee lieve kinderen die ik in mijn handen heb gehad. Die ik tijdens de zwangerschap al als mijn kinderen hebben beschouwd. Zij hebben mij papa gemaakt. Mijn antwoord is dus altijd: “Ik heb drie kinderen”.

Mijn tweede reactie
Het vervelende, maar logische gevolg is dat men zich verbeeldt dat ik de trotse vader van een groot gezin ben. Tot de vervolgvraag komt: “Oh wat leuk, hoe oud is de oudste?” Vanaf dat moment neem ik altijd de regie van het gesprek over. Mijn tweede reactie is dan ook: “De eerste twee kinderen hebben wij door een vroeggeboorte verloren”. Het blijft vervelend om de ander te zien schrikken. Ik besef me heel goed dat de vraagsteller hier niet op had gerekend. Maar, wat moet ik dan? Guus en Jasmijn vergeten? Never! Mijn verhaal komt gewoon op tafel.
De vraagsteller valt dan meestal stil en weet even niets meer te zeggen. Soms is de reactie; “Je hoeft er niet over te praten hoor”. Dan reageer ik met: “Het onderwerp is voor mij geen probleem. Ik wil mijn verhaal graag vertellen”. Daarna leg ik uit wat er precies met Guus en Jasmijn is gebeurd. Ik zie vaak dat het antwoord de ander overvalt. Ik zie het gezicht helemaal betrekken. Er is geen lachje meer te bekennen.

De genadeklap
Meestal schrikt men zo dat ze helemaal vergeten zijn dat ik nog een dochter heb. Daar komen dan geen vragen meer over. Dat los ik op door zelf te vertellen dat ik een prachtige dochter heb: Sara, ze is 1 jaar en ze is altijd heel vrolijk. Maar, ook dan zijn we er nog niet…! Ik voel me namelijk verplicht om te vertellen dat de toekomst van Sara onzeker is en dat ze Microcefalie heeft.
Het is alsof ik samen met de ander in een boksring sta en hem/haar in een paar klappen knock-out sla. Ik vind het vreselijk om iemand deze antwoorden te moeten geven, maar het is de werkelijkheid. Mijn werkelijkheid.

De schade herstellen
Op dat punt is de ander helemaal ontdaan. Twee kinderen verloren en ook nog de vader van een kind met een beperking. Dat moet de hel op aarde zijn! Daar kom je nooit meer bovenop. Dan voel ik de plicht om de ander dat gevoel te ontnemen en de schade te herstellen. Ik vertel dat het onwijs heftig is, maar dat het leven verdergaat. Wij zijn al zoveel kwijt geraakt. Wij zullen vechten en trots zijn op onze dochter. En we zijn nog best gelukkig. Onze verwachtingen lopen ‘alleen’ anders. We tellen onze zegeningen.
Al kan je bij Guus en Jasmijn nauwelijks over zegeningen spreken. Ze hebben ons een prachtige zwangerschapsperiode gegeven. Daarna was er alleen maar rouw. Het ergste vind ik het voor beide kinderen. Ze hebben nooit de kans gehad om er iets van te maken. Dat voelt zo oneerlijk. Maar goed, ondanks het grote verlies, het verdriet dat er ook zeker is en mag zijn en de onzekere toekomst van Sara, gaan we er alles aan doen om haar een gelukkig leven te geven. We hebben tenslotte ook helemaal geen andere keuze…

Ga ons niet uit de weg
Maar goed, ondanks dat ik iedere keer weer in dit soort ongemakkelijke gesprekken verzeild raak, wil ik ook weer niet dat men ons uit de weggaat. Niks zo vervelend als dat je ontweken wordt en dat er helemaal geen vraag meer gesteld wordt. Dat is ook zeker niet de bedoeling.
Zo zie ik Sara als een geschenk. Als ik naar haar kijk zie ik prachtige kleuren en zeker geen zwart gat. Dus vraag naar haar. Dan heb ik een goed excuus om over mijn mooiste dochter te praten!

Wat ik mee wil geven?
Wees voorzichtig als je vraagt naar iemand zijn persoonlijke (gezins)situatie. En als er al een onverwacht antwoord komt, laat je dan niet uit het veld slaan; of uit de boksring.

Klaas is samen met Susanne. Ze zijn ouders van sterrenkindjes Guus en Jasmijn en van Sara (1). Sara heeft Microcefalie. Dat is een zeldzame, aangeboren aandoening van het centrale zenuwstelsel waarbij de schedelomvang te klein is en de hersenen zich niet goed ontwikkelen. Naast het feit dat Sara epilepsie heeft en achterloopt in haar ontwikkeling, heeft Klaas geen idee wat er verder nog op hun pad gaat komen. Hij schrijft erover op zijn blog ‘Haar naam is Sara’.

420 x gelezen
Er zijn geen reacties op dit bericht.

Laat een reactie achter

Alle velden zijn verplicht; het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.