Lift
Annemarie
4 april 2022

Lift

“Ik zet een bord eten in de lift”, typt Rob. Boven druk ik op de knop en de macaroni komt naar me toe. Ik eet in bed. Het lege bord schuif ik weer in de lift en er komt een kopje koffie voor terug. We appen met elkaar want na twee jaar heeft corona ons huis dan toch bereikt. Door me te verschansen op de bovenverdieping hoop ik Rob niet te besmetten. Tevergeefs, na twee dagen liggen we samen in bed.

Onze huislift is handig. Ook al omdat mijn man diezelfde week een ontsteking aan zijn voet krijgt en niet kan traplopen. Sinds Job er niet meer is, krijgen we vaak de vraag of we nu gaan verhuizen. Het antwoord is nee. Dit is zijn huis, de plek waar hij elke avond ging slapen en ’s ochtends weer vrolijk wakker werd. We kochten deze woning zestien jaar geleden vanwege die lift. De binnenkant beplakten we met posters van SpongeBob en andere animatievrienden; Job zou hier altijd kunnen blijven wonen. Op de badkamer staat het verhoogde bad nog dat mijn vader voor hem maakte, door het langwerpige raampje keken Job en ik samen naar buiten. Soms zwaaiden we naar de buren.

Job zijn plek

Ik wil niet verhuizen naar een wijk waar de mensen zijn naam niet kennen, waar ze geen herinnering hebben aan Job in het taxibusje, voorop de fiets of kwebbelend in de voortuin. Het lijkt me vreselijk als anoniem, kinderloos echtpaar een nieuw leven te moeten beginnen in een andere buurt. Ik voel me fijn in zijn huis. Maar het is gek om het vertrouwde geluid van de lift weer te horen. Onmiddellijk wordt in mijn brein de link gelegd met Job en ik verwacht dat hij er in zijn rolstoel uit zal rijden. Helaas is het Rob maar, op krukken.

 

168 x gelezen
Er zijn geen reacties op dit bericht.

Laat een reactie achter

Alle velden zijn verplicht; het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.