Rolstoel
Annemarie
10 oktober 2022

Rolstoel

Wat heb ik het verafschuwd, nagekeken worden op straat. Kinderen die Job aanstaarden en hun moeders aanstootten. “Wat heeft dat jongetje?” De medelijdende blikken, de goedbedoelde opmerkingen. “Ik heb bewondering voor je”, zei weleens een wildvreemde op straat, wijzend op de rolstoel. Of: “Wat lijkt me dat zwaar, een gehandicapt kind.” Met Job had ik altijd het gevoel een attractie te zijn. Ik haatte het en wilde maar een ding: opgaan in de massa.

Wel, ik heb mijn zin gekregen. Er is niemand meer die zijn hoofd draait als ik in de stad loop. Ik ben gewoon een van de 179.100 inwoners van Nijmegen geworden. Maar het bevalt me helemaal niet. Het voelt kaal. Betekenisloos. Liefst zou ik de lege rolstoel voor me uit duwen in de hoop dat passanten er iets van zeggen. Huh, een lege rolstoel? Ja, mijn kind is dood. Hij heette Job. En dat ik dan even over hem mag praten.

Gehandicapter
Naast Job leek ik een beter mens. Die rolstoel boezemde ontzag in. Daar liep een vrouw die het toch allemaal maar deed. Ze schroomde niet haar kind te laten zien, ze kwam voor hem op, wat moest ze een zorgen hebben om dat ventje, ach en hoorden we die twee nu samen zingen in het park? Zij droeg het lot dat ons gelukkig bespaard was gebleven en wat deed ze dat knap.
Na Jobs dood voel ik me veel gehandicapter dan toen hij er nog was. Ik mis een arm. Of een been. Mijn loopje is wankeler geworden nu ik niet meer kan steunen op de rolstoel, de rolstoel met Job erin die ook als een schild fungeerde tussen mij en de buitenwereld. Ik wapende me ermee. Mij konden ze niet raken, want ik had Job bij me. Hij hield mijn hand vast. Ik was veilig.

289 x gelezen
1 reactie
Sandra schreef:

Poeh, deze is ontzettend raak. Precies dit! Ik heb precies dit gevoel na bijna 6 jaar nog. Wat bijzonder dat je dit gevoel met woorden kunt vangen.

Laat een reactie achter

Alle velden zijn verplicht; het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.